Ga naar inhoud

Langzaam garen, groots van smaak

Voor een goede rendang mag je best even de tijd nemen. Het rundvlees wordt langzaam gestoofd met rode peper, sjalot, knoflook en vadouvan, waardoor alle smaken mooi in het vlees trekken. Na een paar uur blijft een volle, kruidige saus over en vlees dat bijna uit elkaar valt. Serveer met zilvervliesrijst en warm naanbrood en je hebt een gerecht waar je gerust wat langer voor in de keuken staat.

Ingrediënten en benodigdheden

Ingrediënten

  • 350 gram runderlappen
  • 3 rode pepers
  • 3 sjalotten
  • 4 tenen knoflook
  • 300 gram zilvervliesrijst
  • 1 takje rozemarijn
  • 4 eetlepels vadouvan
  • 2 paprika’s
  • 2 liter runderbouillon
  • 2 naanbroden
  • Verse koriander

Benodigdheden

  • Snijplank
  • Scherp mes
  • Grote stoofpan
  • Pan voor de rijst
  • Houten lepel
  • Oven

Bereidingswijze

Begin met het snijwerk. Snijd de runderlappen in blokjes van ongeveer 2 bij 2 centimeter. Snijd vervolgens de paprika’s, rode pepers en sjalotten fijn en hak de knoflook.

Verhit de stoofpan en bak het vlees rondom lichtbruin. Voeg vervolgens de gesneden groenten, knoflook en vadouvan toe. Laat alles rustig meebakken totdat de groenten zacht en glazig beginnen te worden.

Voeg de runderbouillon toe en breng het geheel rustig aan de kook. Zet het vuur vervolgens laag en laat de rendang ongeveer 2 tot 3 uur stoven. Geef het vooral de tijd: de bouillon moet langzaam inkoken tot een dikke, smaakvolle saus en het rundvlees moet uiteindelijk heerlijk zacht zijn.

Bereid ondertussen de zilvervliesrijst. Kook deze in bouillonwater met een takje rozemarijn en een teen knoflook totdat de rijst gaar is.

Verwarm vlak voor het serveren de naanbroden in de oven. Schep de zilvervliesrijst in een kom of diep bord en verdeel de rendang eroverheen. Maak het gerecht af met wat verse koriander en serveer het warme naanbrood erbij.